Te veel spelen bestaat niet

Teveel spelen? Dat bestaat niet!

Bestaat er zoiets als teveel spelen voor kinderen?

Spelen is het leukste wat er is, zegt 84 procent van de Nederlandse kinderen. Zes- tot negenjarigen dromen van niets anders. Maar geen ouder protesteert, want spelen is gezond. Alleen: hoe, wanneer, met wat en met wie? Daar lopen de meningen over uiteen.
Niets is vanzelfsprekender dan spelen. Ouders leunen over het hekje van de speelplaats of tegen de deurpost van de kamer waar hun Jochem of Aniek een toren van blokken bouwt en knikken goedkeurend. Spelen is gezond. En toch bestaan er veel verschillende ideeën over wat spelen precies is; wat het goed of nuttig maakt.

Dat blijkt uit het onderzoek dat Nickelodeon heeft uitgevoerd naar speelgedrag onder 1500 ouders en hun kinderen in vijf verschillende West-Europese landen: Nederland, Duitsland, België, Denemarken en Zweden.

Spelenderwijs

Spelen moet. Of, nou ja, spelen moet niet natuurlijk. Een van de beginselen van het principe van spelen is juist dat het op basis van vrijwilligheid gebeurt. Maar dat het nuttig is voor de ontwikkeling van een kind, lichamelijk, geestelijk en emotioneel, daar zijn alle ouders het wel over eens. Een ondervraagde moeder zet spelen op gelijke hoogte met eten en drinken: van vitaal belang.
Kinderen zelf maken het niet te ingewikkeld. Spelen, ja, graag! En als je ze vraagt wat ze onder spelen verstaan, zetten ze gewoon plezier maken op 1. Daar denken ouders dan weer wat genuanceerder over. Energie kwijtraken en stoom afblazen vinden ze belangrijk. Uitdagingen zoeken staat ook hoog. En 89 % van de Nederlandse ouders vindt de factor interactie en communicatie met anderen heel belangrijk.

En moet je van spelen iets leren? Graag, zegt de helft van de Belgische ouders. Spelen is meer dan lol maken. Maar een jongen van 12 heeft daar een slim antwoord op: Van al het spelen leer je iets. En eigenlijk is dat ook de communis opinio. Het is eigenlijk onmogelijk van spelen niet te leren.

De jongens, de meisjes

Jongens en meisjes houden van veel dezelfde binnen- en buitenspelletjes. In de meeste Europese landen wordt dat ook aangemoedigd: spelletjes zouden niet gendergebonden moeten zijn. We proberen Ella echt te leren net zo goed te worden in skeeleren als de jongens, zegt de moeder van een 4-jarig meisje. Dat is een gevoel dat vooral leeft in Scandinavische landen. Maar iets dubbels heeft het wel. Want Ella moet wel als een haas leren skeeleren, maar Lars wordt nog steeds een beetje vreemd aangekeken als hij een prinsessenjurk aantrekt. Toch spreekt uit het onderzoek van Nickelodeon dat ouders vinden dat vooral jongetjes elementen in het spel missen. Er wordt bij jongens te weinig geappelleerd aan de factor verzorgen, dat vindt 37% van de ouders. En er zouden meer spelletjes moeten komen waarbij jongens hun verbeelding moeten aanspreken (33%) of waarin er van ze verlangd wordt dat ze samenwerken (31%).

Van pop tot PC-game

Misschien zijn Nederlandse ouders nog een tikkeltje ouderwets als ze aan speelgoed denken: een fiets, een doos kleurpotloden, Lego-achtige dingen… Pas op plek 11 staat de draagbare spelcomputer. Meer dan tachtig procent geeft toe het fijn te vinden als kinderen met traditioneel, niet elektronisch speelgoed spelen. In Duitsland leeft dat gevoel nog sterker (90%).

Voor veel ouders is het spookbeeld dat kinderen binnen twee generaties hun communicatie met de echte wereld verloren zijn. Aan de andere kant weten ze: computers zijn onlosmakelijk verbonden met het leven van alledag. ‘Ik zou niet willen dat mijn dochter er straks niet mee om kan gaan’, zegt de Nederlandse moeder van een meisje van 7.

Spelletjes gevraagd

Draagbare spelcomputers, consoles, videogames, online games. Voor bezorgde ouders is het goed te weten dat het ouderwetse spelen, het fietsen; heuveltje op, heuveltje af en het gooien met dobbelstenen, gewoon doorgaat. Tegelijk biedt het onderzoek van Nickelodeon een goed handvat voor speelgoedmakers. Er is vraag naar meer spelletjes voor 9 tot 12 jarigen (die categorie wordt volgens ouders wat onderbedeeld); er is vraag naar minder rolbevestigende spelletjes voor jongens; aan spelletjes die de natuur thuis brengen, en aan spelletjes die je altijd en overal kunt spelen (kinderen moeten al zoveel inplannen). Tot slot, heel belangrijk, spelen de ouders graag zelf mee. En ze zien graag dat ook oom, tante en vooral opa en oma mee zouden moeten kunnen spelen. Gezocht dus: spelletjes die generaties met elkaar verbinden. Hou je zo de kinderen van de straat? Dat niet, buitenspelen blijft gelukkig een zeer geliefde bezigheid. Maar wie zijn oor in verschillende landen te luister te legt, kan het aanbod wel veel beter afstemmen op de vraag.

Wil je meer weten over dit onderzoek? Mail naar: maartje.kreek@branddeli.nl.

OVER HET ONDERZOEK

Het onderzoek Play is in opdracht van Nickelodeon uitgevoerd door Smarty Pants. In vijf Europese landen zijn in april 2012 1500 ouders en hun kinderen in de leeftijd 2-12 jaar ondervraagd over speelgedrag. Dat ouders en kinderen verschillend tegen het fenomeen aankijken, is misschien niet zo verwonderlijk, zeker wel opvallend is het verschil van opvatting tussen ouders uit verschillende landen. Voor speelgoedmakers rollen er uit het onderzoek een paar duidelijke vingerwijzingen en adviezen.

Meer Research

Hoe bereik je de health-bewuste consument?

Hoe bereik je Generatie Z?

Moderne vaders: vaderschap in een veranderende wereld